SINTERKLAAS
Over de geschiedenis
van het feest van Sint-Nicolaas tot aan de negentiende eeuw zijn we
maar matig geïnformeerd. Er is weinig historisch onderzoek gedaan
naar hoe het feest zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld. Wel
hebben onderzoekers zich vanaf de neg entiende eeuw bezig gehouden
met de vraag waarom een rooms-katholiek heiligenfeest als een
niet-kerkelijk feest is blijven voortbestaan. Sommigen zochten de
verklaring in de mogelijke invloed van oud-Germaanse elementen in
het feest zonder dat ze daar aanwijsbare bronnen voor hadden. ,
meer serieuze auteurs hebben op grond van historisch, literair en
kunsthistorisch bronnenmateriaal vooral gewezen op de rol
van de verering van de heilige Nicolaas op kloosterscholen bij de
verspreiding van het feest (K. Meisen, C. Méchin, W. Mezger, L.
Janssen). Weer anderen hebben de ontwikkeling in de opvattingen over
de opvoeding (J.L. de Jager) benadrukt.
Nicolaas
Er is vrijwel niets
bekend over het leven van Nicolaas. Hij was in de vierde eeuw
bisschop van Myra in Klein-Azië (nu Zuidwest-Turkije). Al in de
zesde eeuw werd hij als heilige vereerd in het Byzantijnse Rijk en
in de tiende eeuw ook in het westen. Nadat zijn relieken in de elfde
eeuw naar Bari (Italië) waren overgebracht, verbreidde zijn verering
zich over heel West-Europa. De vele wonderverhalen die na zijn dood
rond zijn leven ontstonden, maakten Nicolaas tot beschermheilige van
alle mogelijke groepen in de samenleving (zeelieden, kooplieden,
ongehuwde vrouwen, kinderen, enz.)
Middeleeuwen
Op middeleeuwse
kloosterscholen werd de feestdag van Sint-Nicolaas gevierd door
scholieren, zoals Meisen heeft aangetoond op grond van Noord-Franse
bronnen. In de dertiende eeuw werd Nicolaas in Noord-Frankrijk als
patroon van schoolkinderen en als opvoeder van de jeugd vereerd.
Enkele
laat-middeleeuwse Nederlandse bronnen (Dordrecht veertiende eeuw;
Utrecht vijftiende en zestiende eeuw) vermelden tractaties aan
schoolkinderen en koorknapen, naast die aan armen op de feestdag van
Sint-Nicolaas. In andere bronnen wordt de viering op straat, buiten
kerk en klooster, beschreven. Net als op vele andere belangrijke
kerkelijke hoogtijdagen werden tijdens het Sint Nicolaasfeest
markten en kermissen gehouden. Daar schonken jongelui elkaar harten
van suikergoed en vrijers en vrijsters van speculaas. In deze tijd
werd ook al de schoen gezet en kon een geheimzinnige hand
lekkernijen strooien in huiselijke kring. Verder organiseerden leden
van Nicolaasbroederschappen (religieuze verenigingen die een
belangrijkerol speelden in de organisatie van de Nicolaasverering)
behalve processies en missen ook maaltijden. De rooms-katholieke
kerk verzette zich tegen deze wereldse uitingen van het
heiligenfeest
Zestiende en zeventiende eeuw
Na de Reformatie
verbood de gereformeerde kerk de kerkelijke viering van dit rooms-katholieke
heiligenfeest. De pogingen van predikanten en stadsbesturen om ook
het feest op straat en thuis tegen te gaan (wegens wanordelijkheid
en verkwisting) hadden weinig effect, zo blijkt uit diverse
verbodsbepalingen. Als reden voor het voortbestaan van het feest
hebben onderzoekers wel aangevoerd dat de overheid niet al te streng
optrad omdat ze om economische redenen belang had bij rust
Achttiende en negentiende eeuw
In de periode
1750-1850 werden vanuit de hogere stedelijke burgerij pogingen
ondernomen het sinterklaasfeest te 'beschaven'. De elite keerde zich
in deze tijd van economische achteruitgang tegen leegloperij en
verval en dus tegen de viering van het Sint Nicolaasfeest op straat.
Daarentegen stimuleerde zij de huiselijke viering. Het feest werd
gebruikt om kinderen aan te sporen tot hard werken op school en tot
gehoorzaamheid aan de ouders, in ruil voor een beloning van
Sinterklaas. Luiheid werd gestraft. Sinterklaas werd een feest van
beschavers en opvoeders.
In de tweede helft
van de negentiende eeuw kregen veel elementen van de huidige viering
in Nederland vorm, onder andere onder invloed van het prentenboekje
van de onderwijzer Jan Schenkman. Hierin werden bestaande en nieuwe
elementen, zoals de aankomst van sinterklaas uit Spanje, zijn
intocht in de stad, bezoek aan school, strooi- en pakjesavond,
opvoedkundig met elkaar in samenhang gebracht in plaatjes en teksten.
Later werden daar ook nog liedjes aan toegevoegd.
Twintigste eeuw
Tot ver in de
twintigste eeuw bestonden er nog grote regionale en sociale
verschillen in de viering van het feest. Pakjesavond was een
stedelijk verschijnsel, dat op het platteland nauwelijks voorkwam.
In dorpen werd wel een schoen of klomp gezet met iets voor het paard,
maar alleen in burgerlijke kringen was het pakjesavond en verscheen
de Sint ook zelf. Via scholen vond de invoering van deze nieuwe
viering plaats. De scholen gebruikten sinterklaas als steun bij de
opvoeding en ontleenden er prestige aan. Daarnaast bood de nieuwe
viering een alternatief tegen de wilde vormen van sinterklaasvieren
die nog op het platteland
bestonden: het klaasjagen of sunteklaaslopen. Lawaai makende
jongelui trokken potsierlijk verkleed, met onherkenbaar gemaakte
zwarte gezichten langs de huizen. Ze vroegen naar stoute kinderen,
maakten kinderen bang, strooiden pepernoten en vroegen om geld of
lekkers. Aan het begin van de twintigste eeuw groeide het verzet
tegen dit wilde gedoe dat gezien werd als een vorm van bedelarij. Daartegenover
stelde men de nieuwe beschaafde Sinterklaas.
Dit proces van verburgerlijking heeft de uniformering van het feest in Nederland tot gevolg gehad. Een voorbeeld daarvan is ook de naam van Zwarte Piet die als enige naam voor de knecht gaat gelden, terwijl er tot dan toe allerlei regionale benamingen ingebruik waren (zoals Nicodemus, Assiepan, Hans Moef of eenvoudig Jan de Knecht).
In de loop van de twintigste eeuw begonnen ook volwassenen onderling cadeautjes met surprises en gedichten uit te wisselen en zij raakten meer bij het feest betrokken. Aan intochten en schoolfeesten werd in de kranten steeds meer aandacht besteed. Zo ontstond een nationaal gevoel rond het feest, dat nog versterkt werd door de uitzendingen van de intocht op de televisie met name vanaf de jaren zestig

Sinds de jaren dertig
wordt Sinterklaas door de commercie ingezet als reclamemiddel. Deze
speelde in op en versterkte een al opkomende 'verlieving' van het
feest als gevolg van veranderingen in de opvattingen over de
opvoeding. De houding tegenover kinderen werd minder hiërarchisch.
In de toenemende gelijke gezinsverhoudingen gingen nu ook kinderen
ouders cadeautjes geven. Tegelijk veranderde de Sint van een strenge
opvoeder tot een 'lieve' Sint die ook stoute kinderen beloont.
In de jaren tachtig
zijn actiecomités opgericht die zich verzetten tegen een vroege
komst van de kerstman, tegen de discussies over de modernisering of
afschaffing van de figuur van Zwarte Piet en tegen de
commercialisering van Sinterklaas. Hun doel is Sinterklaas te
beschermen tegen concurrentie en 'vreemde' invloeden. In een artikel
in NRC-Handelsblad op 4 december 2001 is zelfs een voorstel gedaan
om Sinterklaas als voorbeeld van Nederlands immaterieel erfgoed op
de lijst van de Unesco te laten plaatsen. Een feest als Sinterklaas
dat door zovelen wordt gevierd laat zich echter moeilijk beschermen,
want het is een cultureel proces dat voortdurend in
beweging is. Sinterklaas zal blijven veranderen, onder andere door
deelname van nieuwe groepen mensen aan het ritueel, zoals dat in de
loop van de geschiedenis van het feest steeds weer het geval is
geweest
|